De zon schijnt deze dagen volop. Dat betekent: beschermen - met een uv-filters.

02:15 - 01:21
luistertijd 02:15 - leestijd 01:21

De zon schijnt deze dagen volop. Dat betekent: beschermen – met een uv-filters. Maar als je nu een uv-filter houdende dagcrème gebruikt, is dat dan ook voldoende? BeautyJournaal’s Monique legt uit.

De laatste jaren is het een trend om een uv-filter  toe te voegen aan dagverzorgingsproducten. Deze filters helpen de gevolgen van blootstelling van de huid aan uv-straling, zoals verbranding of rood worden, te verminderen. Ook verminderen ze de tekenen van huidveroudering, zoals pigmentvlekken, rimpels en huidverslapping.

De inwerking van de straling in de huid begint al na enkele minuten, en meestal ben je binnen een half uur verbrand als je je niet hebt ingesmeerd. Uv-straling veroorzaakt DNA schade aan de cellen. Het lichaam beschikt van nature over reparatiemechanismen om die schade te herstellen, maar dit gaat ook vaak fout. Hoe vaker dit mechanismen in actie moeten komen, hoe groter de kans op fouten in de celcommunicatie. En het ergste geval mondt het uit in celdood waardoor tumoren kunnen ontstaan (huidkanker).

Vaker smeren

Gemiddeld wordt een spf (sun protection factor) 15 tot spf 25 in ‘gewone’ cosmetica verwerkt. Maar je moet deze uv-filter houdende producten in de meeste gevallen dik smeren om de dekking die op de verpakking staat, te kunnen halen. Dit betekent al gauw een theelepel voor je gezicht en een hele dikke laag lipstick of foundation. Op het strand smeer je om de twee uur verse zonnebrand, maar wie smeert na twee uur weer een nieuwe laag foundation op? Vrijwel niemand.

Heeft het dan nog wel zin? Ja, als je bijvoorbeeld een dagcrème smeert met spf 15 en daar bovenop een foundation met spf 15, zit je op spf 30. Als je het tenminste dik genoeg smeert en anders ben je ieder geval van de spf 15 verzekerd. Voor goed resultaat, dik smeren dus. Lees in dit artikel met prof. Johann Wiechers nog maar eens hoe dit precies werkt.

Lees ook:

 

Lees ook