Misschien is het je ontgaan, maar de parfumwereld is in de ban van een nieuw ingrediënt dat eigenlijk al eeuwenoud is: oud(h) - spreek uit: oed.

08:24 - 05:02
luistertijd 08:24 - leestijd 05:02

Misschien is het je ontgaan, maar de parfumwereld is in de ban van een nieuw ingrediënt dat eigenlijk al eeuwenoud is: oud(h) – spreek uit: oed. Dit hout geeft aan geuren een enorme diepte en warme rijkdom waar veel westerlingen nog aan moeten wennen. Waar komt het vandaan? Hoe ruikt het?

In 1992 presenteerden twee ontwerpers en een juwelier hun premièreparfum die, ieder op zich, een revolutie in de parfumindustrie veroorzaakten. Thierry Mugler deed het met Angel. Meer dan de spectaculaire Hollywoodglamour-styling, was het vooral de inhoud van de sterrenflacon die voor zoveel ophef zorgde. Angel was de eerste gourmandgeur opgebouwd rondom aroma’s die je bij de banketbakker opsnuift: aardbei, karamel, honing en chocolade. Het duurde niet lang of de concurrentie dook ook in de wereld van gebakjes, meringues, slagroom en suikerspin. En we krijgen er nog steeds niet genoeg van getuige de constante stroom ‘banketbakkersluchtjes’.

Haaks hierop stond L’Eau D’Issey – spreek uit als odyssee – van de Japanse ontwerper Issey Miyake. De bedoeling: een geur die ruikt naar water en lucht van de oceaan. Dat deed hij door de ‘waterige’ en de transparante toets van bloemen te benadrukken. Ook dit concept werd veelvuldig gekopieerd. De concurrentie schaamde zich niet om hun nieuwe geur aan te bieden als ‘onze L’Eau D’Issey’. En dan was er nog de Italiaanse juwelier Bvlgari. Eau de Cologne Parfumée au Thé Vert was bijzonder omdat het als eerste masstige-label (een samentrekking van massa en prestige) in de reguliere parfumerie een geur voor hem en haar lanceerde dat gebaseerd was op het Japanse theeritueel. Hoofdsmaakmaker: groene thee. En de geur ervan is inmiddels zo ingeburgerd dat het nu ook al wordt verwerkt in toiletverfrissers en wasmiddelen.

Hoogste tijd voor een nieuwe geurervaring die verrast en verbaast. Het werd gevonden in Zuid- en Zuidoost Azië. Het geheim: het zeer oude oud(h). Andere namen: aoud, agar, aguru en adelaarshout. Latijnse naam: aquillaria.

Al bij klassieke beschavingen wordt er al melding van gemaakt, ook dat het toen door zijn schaarste al schrikbarend duur was. Zo gebruikten de Egyptenaren het bij de mummificering en wordt melding gemaakt in de vroegste Chinese medicijnboeken; het oude hout zou het slechte ‘chi’ uit het lichaam verwijderen.

‘Nu’ is het is een snel groeiende houtsoort in de driehoek begrensd door de Bengalen, Hong Kong en Nieuw Guinea. Andere soorten van dit geslacht – ook wel ‘hout van de goden’ genoemd – komen voor in verschillende delen van de wereld. Aquilaria agallocha voornamelijk in India, Aquilaria malaccensis in Maleisië (met name in jungle van Terenggan en Pahang), terwijl Aquilaria crassna Indo-China als habitat heeft.

Aquillaria wordt door de lokale bevolking al eeuwen gebruikt voor medische doeleinden door het te koken in water of de hars, die na inkepingen verschijnt, te smelten of te destilleren. Het extract hieruit is multi-inzetbaar: weert koorts, voorkomt maagstoornissen, is laxerend en windafdrijvend! Ook, naar wordt beweerd, zeer efficiënt in de behandeling van huidziekten, bronchitis, astma en reuma. Het vormt tevens onderdeel van Tibetaanse formules voor medische wierookstokjes. Waar het, net zoals in aromatherapie, wordt ingezet voor de behandeling van depressies, voor meditatie en ontspanning.

De zeldzaamheid, grote vraag én risico’s die werknemers lopen tijdens het oogsten maakt van oud(h) eigenlijk goud: de waarde wordt geraamd op anderhalf maal dit edelmetaal – vandaar de bijnaam. Inmiddels is de vraag hoger dan het aanbod waardoor er veel vervalsingen voorkomen door bijvoorbeeld het injecteren van kleur en geur in hout.

Zuivere oud(h)-olie wordt nog maar zelden aangeboden op de markten van Bangkok en Bombay. Het merendeel is al verdund vóór het verlaten van het productiegebied. En voor het parfummekka Parijs bereikt is het door de handen van tenminste tien handelaren gegaan wat de zuiverheid niet ten goede komt.

Maar al deze inzet loont zich de moeite. Want zeer aangenaam aan oud(h): het aroma dat het verspreidt. Enthousiastelingen raken niet uitgepraat over de rokerige, mystieke sensatie die als het ware de geuren van ambergris, zoete wierook, tabak en hout verenigt. Nog aangenamer: gelijk de tuberoos en ylang-ylang heeft oud(h) ook nog eens een sterk verondersteld erotiserend effect – ‘ruiken is geloven’ – op zowel drager als ‘ontvanger’. Dat weten ze in het Nabije Oosten al langer, want oud(h) vormt een onvermijdelijk onderdeel van attar, ofwel Arabische parfumolie vaak gebaseerd op rozen. Omdat oud-olie niet irriteert kan het rechtstreeks en onverdund op de huid worden aangebracht of toegevoegd aan een parfumcompositie.

Maar oud(h) is nog niet zo geliefd in westerse parfums. De reden: het ruikt ‘niet westers’ en voor velen in eerste instantie nogal medicinaal en etherisch – en dat vinden we (nog) vreemd. Sterker, deze karakteristieke geurnuance is voor velen het tegenovergestelde van aantrekkelijk.

Het wordt wel eens vergeleken met de geuren van muffe oude bibliotheken, nat zompig leer, lades van antieke kasten. Maar geef het een kans, het loont zich. Na een kwartier is de scherpte en het ‘stoffige’ weg en treedt de verdieping op.

Heel mooi aan oud(h): het wordt steeds meer ‘zichzelf’ als het doordringt in de huid waar het zijn sensaties onthult. Nog mooier: het geeft de andere ingrediënten in parfumcomposities een enorme opwaardering – sensueel zoals je wilt.

Het eerste parfumhuis dat oud(h) in Europa introduceerde was Les Parfums Montale. Als je de verhalen moet geloven was de oprichter – Pierre Montale – voor hij zijn deuren in 2001 opende in Parijs (26, Place Vendôme) werkzaam in Saoedi-Arabië waar hij exclusieve parfums op maat creëerde voor de lokale elite (koninklijke families, sultans, sjeiks). Die zijn samen met hun onderdanen al langer gewend aan stevige en zinnelijke parfums. Betreed je zijn boetiek, grote kans dat je gesluierde vrouwen als ‘gekken’ snel van de ene flacon naar de andere ziet grijpen, ruiken en met grote hoeveelheden inslaan (dit is me tot nu toe twee keer overkomen). Want heel veel bevatten het ‘goud der goden’: Aoud Ambre, Aoud Blossom, Aoud Cuir d’Arabie…

Tom Ford is de eerste ‘echte’ westerling die oud(h) in een westerse geur stopte in 2002. En wel in een heel commerciële: M7 van Yves Saint Laurent (waar hij toen de creatieve baas was). Dat was toch veel te overweldigend voor de Europese man. Zelfs een lichtere interpretatie twee jaar later, M7 Fresh, werd nog te heftig gevonden. Hieruit blijkt maar weer dat oud(h) nog steeds een nichelink heeft.

En de spelers op deze kleine markt, houden – Tom Ford met zijn Private Blend, Le Labo, L’Artisan Parfumeur, Juliette has a Gun – elkaar goed in de gaten en lanceren sinds 2007 inmiddels allemaal braaf variaties op het oud(h)-thema. En ondertussen zijn Thierry Mugler, Giorgio Armani Privé en Mona di Orio ook onder de indruk het ‘hout der goden’.

Maar het lijkt er nu toch echt op dat oud(h) kans krijgt zich ook te bewijzen in de reguliere parfumerie, zij het bescheiden en in ‘gemaskeerde’ vorm. Christian Dior lanceerde Fahrenheit Absolute, waarin de vriendelijke bloemige geur voor de man (Fahrenheit uit 1988) wordt versterkt met oud(h). Het effect aldus het couturehuis: ‘verschroeide aarde, verbrand hout, gloedvol’. En als Dior de tijd rijp acht voor dit ‘godenhout’, dan weet je één ding: Hugo Boss, Givenchy, Calvin Klein en al die anderen zullen spoedig hun eigen ‘oud(h)jes’ presenteren.

To name a few:

Montale Black Aoud (2007), Tom Ford Private Blend Oud Wood (2007), L’Artisan Parfumeur Al Oudh (2009), Juliette has a Gun Midnight Oud (2009), Le Labo Oud 27 (2009), Byredo Oud Immortelle (2010), Thierry Mugler Miroir des Voluptés (2010), Armani Privé Oud Royal (2010), Mona di Orio Oud (2011)

 

Lees ook