Er gebeurt veel in de wereld van zonproducten. De EU en het bedrijfsleven zijn druk in gesprek over de manier waarop ze worden getest, in categorien worden ingedeeld en hoe ze uitgelegd worden aan consumenten. Het kan en moet anders, vooral beter. Ondertussen wordt online steeds harder geroepen dat SPF achterhaald zou zijn en dik smeren ook. Wat is er aan de hand? Ik praat erover met Iris Puijjk, Regulatory & Public Affairs Officer bij de Nederlandse Cosmetica Vereniging.
Fast read
- Nieuwe SPF-labtests maken het mogelijk om bescherming te meten zonder echte huid te laten verbranden.
- Het bekende SPF-getal blijft waarschijnlijk bestaan, al wil Europa beschermingscategorieën duidelijker maken.
- SPF 10 en 15 zouden als primaire zonnebrand kunnen verdwijnen.
- Ook de eisen aan UVA-bescherming worden opnieuw bekeken.
- Foundation, dagcrème en andere cosmetica met SPF krijgen mogelijk een duidelijkere eigen positie.
Zonnebrand is zo’n onderwerp waar inmiddels bijna iedereen verstand van lijkt te hebben. Moet je wel of niet dik smeren, en dit regelmatig herhalen. Moet je überhaupt zonnecrème gebruiken, of uit de zon blijven? Hoe veilig zijn de filters. Vragen die overigens door de decennia heen telkens opnieuw gesteld worden (maar toen hadden we minder betweters). En ondertussen verschijnen er steeds vaker verhalen van experts die zeggen dat we ons veel te veel hebben vastgebeten in de manier waarop SPF in een laboratorium wordt getest – dat laatste is echt nieuws! Net zoals de ontwikkelingen om UVA-bescherming nog beter te maken.
Al vele jaren wordt voor de stabiliteit en werkzaamheid van de UV-filters met een vaste hoeveelheid zonnebrandmiddel gewerkt: 2 miligram per vierkante huid-centimeter. Ik ben er als journalist ook mee opgegroeid dat je die standaard zo ongeveer moest gebruiken als je jezelf insmeerde.
Als duider van het nieuws merk ik dat ik momenteel ook aardig in verwarring raak door die vele meningen online. Dus bel ik Iris Puijjk. Zij volgt voor de Nederlandse Cosmetica Vereniging de ontwikkelingen rond Europese cosmeticawetgeving en vertelt me dat er inderdaad behoorlijk wat in beweging is over zonnebrandbescherming.
Mensen laten verbranden hoeft niet in een lab-test
Eerst die SPF-test. De klassieke manier om de werking en veiligheid van SPF te bepalen gebeurt op levende mensen. Ja heus, zo ging het altijd. Iris: “Er wordt zonnebrandmiddel op de huid aangebracht en vervolgens wordt gekeken hoeveel UV-straling nodig is voordat roodheid ontstaat, vergeleken met onbeschermde huid. Maar dit roept inmiddels natuurlijk een ethische vraag op. Waarom zou je een huid bewust zover aan UV blootstellen?”
Het is grappig, want precies in de week dat ik mijn interview met Iris uitwerk, krijg ik een nieuwe infographic van de Europese Commissie te zien. Daarin staan drie manieren waarop SPF kan worden geverifieerd: in vivo, in vitro en via de hybride HDRS-methode. De nieuwe in-vitro- en HDRS-methoden werden in december 2024 gepubliceerd.

Bij de in-vitromethode gaat de zonnebrand niet op een menselijke huid, maar op speciale acrylplaten. Vervolgens wordt gemeten hoeveel UV-straling door de zonnefilterfilm heen komt. Volgens de Europese Commissie is deze manier van testen beter te standaardiseren, meestal sneller en goedkoper, en zijn er geen proefpersonen voor nodig.
Er zijn nog beperkingen. Zo is deze methode momenteel niet geschikt voor poeders en sticks en kan waterbestendigheid er niet mee worden getest.
Wat heb ik als consument aan dit inzicht?
En daar begint voor mij het interessante deel. Want oke, als die dikke laag vooral bedoeld was als gestandaardiseerde meetmethode om producten onderling ook te testen op hun veiligheid op huid, hoeft dat dan straks niet meer? Kunnen we stoppen met dik smeren?

Zoiets als het sauzen van je muren
Iris komt met het ontnuchterende antwoord, want ‘nee’ dus. De gangbare laboratoriumtest moet ervoor zorgen dat een SPF-test steeds onder dezelfde omstandigheden plaatsvindt. “Dit betekent zeker niet dat we dun kunnen gaan smeren. Royaal aanbrengen, blijft noodzakelijk, je moet je hele huid echt goed bedekken. Ik vergelijk het vaak met het sauzen van je muren. Doe je dat te dun, dan krijg je geen egale dekking.”
En hoe zit het dan met de uitspraken van ‘experts’ online die zeggen dat je echt niet om de paar uur hoeft bij te smeren? Filters zijn dan tegenwoordig wel langdurig werkzaam, ongemerkt verdwijnt er toch product van je huid, door wrijving, zweten, zwemmen, noem maar op. Dus ja, herhaling blijft in de meeste gevallen noodzakelijk, tenzij je hele dag als een mummie blijft staan en niets aanraakt.
Blijft SPF 50 gewoon SPF 50 of gaat het anders heten?
Dan komt Iris met iets wat ik eerlijk gezegd nog veel opmerkelijker vind. Er wordt binnen de Europese Commissie gesproken over de vraag of het SPF-getal überhaupt nog zo centraal gesteld moet worden. Want wat betekent SPF 50 eigenlijk voor een gemiddelde consument?
In de jaren negentig legden wij in de vrouwenbladen nog ieder voorjaar uit wat die cijfers precies betekenden. Zoiets als ‘verbrand je zonder bescherming binnen 20 minuten? Dan kun je dat met een SPF15 (wat toen nog gangbaar was) dus 15×20 minuten beschermd in de zon verblijven: 3 uur. SPF50 bestond nog niet eens! Inmiddels is deze simpele rekenmethode ook niet meer bruikbaar.
Iris: “Mensen gaan niet rekenen, het is tegenwoordig een gevoel. SPF50 voelt als hoog, SPF30 als iets minder hoog. Er worden nu alternatieven besproken. Ik hoorde over een systeem met zonnetjes, maar ook veel concreter met begrippen als zeer hoog, hoog, middel en laag. Laten we niet vergeten: een getal geeft een gevoel van absoluutheid. Terwijl het eigenlijk natuurlijk ‘maar’ een bandbreedte is.”
En precies daar zit de crux. Op de fles staat een keurig getal. Hoeveel bescherming jij uiteindelijk krijgt, hangt ook af van hoe je het product gebruikt.
SPF 10 en 15 mogelijk weg
Een verandering die straks veel makkelijker te begrijpen is, betreft de laagste beschermingsfactoren. Iris vertelt dat in de huidige Europese discussie wordt gesproken over SPF 20 als minimale factor voor primaire zonnebrandproducten.
“We gebruiken in werkelijkheid vaak te weinig zonnebrandproduct. Als je dan ook nog begint met een lage SPF, blijft er erg weinig bescherming over. Maar — en dit is belangrijk — we hebben het over plannen die nog onderdeel zijn van een Europese herziening. Ik verwacht dat het proces nog geruime tijd gaat duren.”
En wat gebeurt er met foundation met SPF?
Juist, ook daar zijn weer veel vragen over. Dagcrème en make-up met SPF. Beschermt dat voldoende, indachtig het feit dat je deze producten nooit dik opsmeert?
Iris: “Op een zonnebrandcrème kun je zetten dat je opnieuw moet smeren na zwemmen en afdrogen. Maar wat zet je op een foundation? Niemand gaat halverwege de middag zijn complete make-up verwijderen en opnieuw aanbrengen omdat de verpakking dat adviseert.
“Mogelijk gaat bij dit soort producten duidelijk gemaakt worden dat je bij langdurige of intensieve blootstelling aan de zon ook een primair zonnebrandproduct moet gebruiken.”
Dat betekent overigens niet dat SPF in cosmetica geen waarde heeft. Als je meerdere producten met een SPF gebruikt, krijg je een stapelingseffect. Al die laagjes helpen om een goede dichte film met SPF op je huid te krijgen. We schreven eerder al uitgebreid over het stapelen van zonnefilters in make-up.
Meer aandacht voor UVA, heel erg noodzakelijk
Ook UVA-bescherming ligt op tafel bij de beleidsmakers en formuleerders. Op dit moment bestaat er binnen het Europese systeem al een verhouding tussen de SPF en de UVA-bescherming. Iris vertelt dat er uitgebreid is gediscussieerd over de vraag of die UVA-bescherming omhoog moet.
Volgens haar lijkt de richting nu te zijn dat vooral bij lagere SPF-categorieën hogere eisen aan UVA-bescherming worden gesteld. Daar speelt nog iets. Zonbescherming werd lange tijd vooral uitgelegd vanuit UVB en het voorkomen van verbranden. Inmiddels komt er meer aandacht voor bescherming over het hele UV-spectrum, inclusief het langgolvige UVA1 (340-400 nm) en het gebied tussen 380 en 400 nanometer. Fabrikanten proberen met nieuwe filtersystemen en formuleringen de bescherming tegen UVB en UVA gelijkmatiger te maken.
De donkere huid
Daarbij komt ook de donkere huid ter sprake. Dit huidtype verbrandt minder snel. Juist daarom wordt er gerichter gekeken naar situaties waarin iemand weinig UVB-gerelateerde roodheid krijgt (verbranding), terwijl de huid nog steeds aan UVA-straling wordt blootgesteld en daar schade van kan ondervinden.
En wat betekenen al die plusjes?
Wie internationaal zonnebrand koopt, ziet nogal wat verschillende UVA-aanduidingen. In Azië wordt bijvoorbeeld het PA-systeem gebruikt, met PA+ tot PA++++. In het Verenigd Koninkrijk bestaat een sterrensysteem. Die kun je niet zomaar naast het Europese UVA-logo leggen.
Volgens Iris moet je je ook niet blindstaren op zoveel mogelijk plusjes of sterren. Ze geven informatie over de verhouding tussen UVA-bescherming en SPF. Een SPF 50+ met drie sterren kan daardoor in absolute zin meer UVA-bescherming geven dan een SPF 15 met vier sterren. Europese zonnebrandproducten moeten sowieso aan eisen voor UVA-bescherming voldoen. Extra hoge UVA-bescherming kan vooral interessant zijn voor mensen die gevoelig zijn voor pigmentvlekken zoals melasma.
Wanneer gaan we de veranderingen zien?
Niet volgende zomer! Er moet overeenstemming komen over de tekst, producten moeten mogelijk opnieuw worden getest en bedrijven moeten hun verpakkingen en eventueel producten aanpassen. Iris: “Ik denk dus echt pas over drie jaar.”
Tot die tijd hoeven we ons zonnebrandritueel dus niet opnieuw uit te vinden. Smeer royaal en gelijkmatig. Breng opnieuw aan wanneer dat nodig is. Gebruik als eerste beschermings-schil kleding en schaduw.
Achter de schermen wordt ondertussen hard nagedacht over hoe SPF wordt getest, hoe UVA beter wordt meegenomen en hoe de informatie op een verpakking begrijpelijker kan worden. Zonbescherming is geen cosmetica meer in de zin van een lifestyle-product, het is een gezondheidbeschermend product geworden.





