Als schoonheid geneeskunde wordt? “Een vak wordt niet volwassen doordat het alleen de mooiste resultaten laat zien.” Peter Velthuis, nestor van de Nederlandse cosmetische dermatologie, pleit voor meer opleiding, meer supervisie en meer medische nederigheid in de cosmetische geneeskunde.

Toen cosmetische dermatologie nog niet bestond
“Toen ik begin jaren negentig met lasers begon, bestond cosmetische dermatologie in Nederland eigenlijk nog nauwelijks. Ik werkte toen als dermatoloog in het ziekenhuis. Gewone dermatologie, zou je kunnen zeggen. Huidziekten, pigmentproblemen, eczeem, psoriasis, controles, zalven, steeds opnieuw uitleggen wat er met de huid aan de hand was.
Dat werk was zinvol, maar ik merkte ook dat ik iets miste. Het werd voor mij op een gegeven moment wat repeterend. Via Amerika kwam ik in aanraking met lasers. Daar zag ik dat je met techniek iets kon doen wat tot dan toe nauwelijks mogelijk was. Aan de medische kant ging het bijvoorbeeld om pigmentaties. Aan de meer cosmetische kant om tatoeages.
Ik wilde iets goeds gaan doen met lasertechnnieken
Ik had toen niet het idee dat ik een nieuw vak naar Nederland zou brengen. Zo denk je op dat moment niet. Ik vond het interessant, vernieuwend, en ik dacht dat je er iets goeds mee kon doen. Maar in het ziekenhuis werd daar anders naar gekeken. Te duur, te cosmetisch, misschien ook te ver van de klassieke dermatologie. Als ik ermee verder wilde, moest ik dat buiten het ziekenhuis doen.
Zo is het begonnen. Eerst klein, met een laser. Later kwamen ook de rimpelbehandelingen, fillers, volumebehandelingen en alles wat daarna volgde. Als ik nu terugkijk, zie ik dat we met elkaar een vakgebied hebben opgebouwd dat veel serieuzer is geworden dan ik toen voor mogelijk hield. Daar ben ik trots op. Weg uit de sfeer van heimelijkheid.
Collegae die neerbuigend naar je werk keken
Dat was toen echt anders. Mensen konden zich bijna schamen voor een behandeling. Alsof je met schoonheid bezig zijn niet serieus mocht nemen. Ook onder vakgenoten werd er soms neerbuigend over gesproken. Je werd al snel gezien als iemand die het vak naar beneden haalde. Terwijl ik juist vond dat je dit medisch goed moest doen, of je moest het niet doen. Dat vind ik nog steeds.
Cosmetische geneeskunde mag over schoonheid gaan, maar de techniek is medisch. Zodra je met lasers, naalden, fillers of apparaten werkt, werk je met huid, bloedvaten, zenuwen, bindweefsel, vetlagen en immuunreacties. Dan ben je niet alleen bezig met een mooier resultaat, maar ook met verantwoordelijkheid. Dat is misschien wel de belangrijkste gedachte die ik in al die jaren steeds sterker ben gaan voelen.
We plaatsten fillers in een rimpel, maar zo werkt het niet
In het begin wisten we veel minder dan nu. Dat moet je eerlijk zeggen. Bij fillers werd er letterlijk in rimpels gespoten. Een plooi was een plooi, dus daar ging product in. Pas later zijn we veel beter gaan begrijpen dat veroudering niet alleen in die ene lijn zit. Het gaat om volume, steun, botstructuur, vetcompartimenten, huidkwaliteit, de verschillende lagen waaruit een gezicht is opgebouwd. Daar is het vak veel preciezer in geworden.
Dat is een goede ontwikkeling, maar het betekent ook dat je moet blijven beseffen hoe jong dit vak eigenlijk nog is. Veel kennis is in de praktijk ontstaan. Je overlegde met collega’s, je keek naar Amerika, je bezocht congressen, je leerde van resultaten, maar ook van dingen die niet goed gingen. Fabrikanten gaven wel uitleg, maar zeker in het begin was dat allemaal beperkt. Het was niet zo dat er al een uitgewerkt, evidence-based systeem lag waarin precies stond wat je in welke laag moest doen en wat dat na tien jaar zou betekenen. Dat is geen excuus, maar wel de werkelijkheid van een vak in ontwikkeling.

Een vak wordt ook volwassen door te leren van complicaties
Juist daarom vind ik dat we niet alleen over successen moeten praten. Een vak wordt niet volwassen doordat het alleen de mooie resultaten laat zien. Een vak wordt volwassen doordat het ook leert van complicaties, van verkeerde inschattingen en van behandelingen die achteraf minder goed bleken dan men hoopte.
Permanente fillers zijn daar een duidelijk voorbeeld van. In het begin leek het logisch: een langduriger resultaat, minder vaak herhalen, minder kosten op termijn. Bij hiv-patiënten bijvoorbeeld met ingevallen wangen kon zo’n behandeling zelfs heel veel betekenen. Mensen kregen hun gezicht terug en daarmee soms ook hun vrijheid om weer onder de mensen te komen. Dat moet je ook blijven zien. Er zat een oprechte medische en menselijke kant aan.
Maar later zagen we ook de problemen. Reacties die pas jaren na de behandeling ontstonden. Producten die toch niet zo stabiel bleken. Ontstekingen, verplaatsingen, immuunreacties. Dan wordt een complicatiespreekuur , zoals we dat in het ErasmusMC hebben opgezet, een harde, maar noodzakelijke leerschool. Je ziet daar wat een behandeling op langere termijn kan doen. Je ziet ook hoe belangrijk techniek, productkeuze, hoeveelheid en plaatsing zijn.
We moeten beter worden in begrijpen wat we doen
Tegenwoordig zijn de problemen anders dan toen. Permanente fillers zien we minder vaak, hyaluronzuurfillers veel vaker. En daarbij ligt het probleem lang niet altijd bij het product zelf. Moderne producten zijn over het algemeen beter onderzocht dan vroeger. Maar als je te veel gebruikt, in de verkeerde laag werkt, een product op de verkeerde plaats zet of onvoldoende begrijpt wat je anatomisch doet, dan kunnen er nog steeds problemen ontstaan.
Daarom denk ik dat de toekomst van dit vak niet in de eerste plaats ligt in nóg meer producten of nóg meer apparaten. Die zullen er altijd komen. De echte vraag is of we beter worden in begrijpen wat we doen.

Professioneel handelen betekent ook juist iets niet doen
Dat vraagt om opleiding. Meer onderzoek en vooral meer supervisie. Je kunt dit vak niet in een paar dagen leren. Natuurlijk moet iedere arts ergens beginnen, maar je moet ervaring opdoen onder begeleiding. Je moet leren kijken, leren voelen, leren inschatten wanneer je iets wel doet en misschien nog belangrijker: wanneer je iets niet doet.
Ik vind dat cosmetische artsen daar sterker in moeten worden opgeleid. Niet alleen in techniek, maar ook in oordeel. In anatomie. In complicatieherkenning. In het gesprek met de patiënt. In het omgaan met verwachtingen. Want mensen weten tegenwoordig veel meer dan vroeger. Ze komen vaak binnen met een duidelijk idee van wat ze willen. Dat is op zichzelf goed, maar het vraagt ook meer van de arts. Soms moet je uitleggen dat de oplossing niet ligt op de plek waar iemand zelf naar wijst. Soms moet je zeggen dat minder beter is. Soms moet je zeggen dat je niets moet doen. Dat laatste hoort ook bij vakmanschap.
Elke arts zou met echografie moeten werken
Ik vind het gebruik van echografie onderzoek van de huid de grootste vernieuwing van de laatste jaren. Elke arts moet zo’n apparaat gaan gebruiken om te kijken waar de bloedvaten lopen, waar de oude filler zit, en ook om na afloop van (of tijdens) een behandeling te kijken of je in de goede laag gespoten hebt. Het maakt het vak zo veel veiliger en laat ons zo goed zien en begrijpen wat er bij filler injecties gebeurt onder de huid.
Cosmetische geneeskunde is ingeburgerd en onderdeel van schoonheidsbehandelingen geworden. Dat heeft voordelen. Mensen durven opener te praten over wat ze doen of overwegen. Maar er zit ook een risico in die normalisering. Als een behandeling te gewoon wordt, ga je misschien vergeten dat er nog steeds medische risico’s aan zitten. Daar moeten we voor oppassen.
Commercieel succes is niet hetzelfde als medisch goed handelen
Een ander punt is dat het vak steeds commerciëler en zichtbaarder is geworden. Artsen zijn niet alleen arts, maar soms ook ondernemer, trainer, spreker, ambassadeur of als arts-influencer zichtbaar op sociale media. Dat hoeft niet verkeerd te zijn. Kennis delen is belangrijk. Maar zichtbaarheid is niet hetzelfde als kwaliteit. En commercieel succes is niet hetzelfde als medisch goed handelen.
Misschien is dat wel een van de vragen waar het vak de komende jaren eerlijker over moet nadenken. Hoe zorgen we dat cosmetische geneeskunde zich blijft ontwikkelen zonder dat snelheid, zichtbaarheid en omzet belangrijker worden dan voorzichtigheid, opleiding en lange termijn? Ik denk dat daar veel te winnen is.
Wat streven we eigenlijk na?
Als ik vandaag opnieuw zou beginnen, zou ik waarschijnlijk kleiner beginnen. Eén techniek tegelijk. Eerst echt goed begrijpen wat je doet, voordat je verder uitbreidt. Niet meteen alles willen aanbieden. Niet groeien om het groeien. Dat klinkt misschien minder spectaculair, maar het past wel bij wat ik in al die jaren heb geleerd. Goede cosmetische geneeskunde vraagt niet alleen om nieuwe mogelijkheden, maar om betere keuzes.
En uiteindelijk blijft de vraag wat we eigenlijk nastreven.
Schoonheid is niet hetzelfde als gladheid. Mensen willen er vaak minder moe uitzien, frisser, vriendelijker misschien, meer zoals ze zich voelen. Dat begrijp ik heel goed. Een goede behandeling kan iemand helpen om weer meer zichzelf te zijn. Maar als je te veel doet, kun je ook iets kwijtraken. Uitdrukking, eigenheid, de mogelijkheid om een gezicht nog goed te lezen.
Dat vind ik een van de moeilijkste kanten van het vak. Het gaat niet alleen om corrigeren. Het gaat ook om bewaren. Terughoudend durven zijn, om te zien wat iemand nodig heeft, maar ook wat iemand beter kan behouden.
Vernieuwing zonder reflectie is te mager
Daarom hoop ik dat de komende jaren niet alleen gaan over innovatie, maar ook over verdieping. Over betere opleiding, betere begeleiding van jonge artsen, betere complicatiezorg, meer kennis van anatomie en huidbiologie, en meer aandacht voor de lange termijn. Vernieuwing is belangrijk, maar maar vernieuwing zonder reflectie is te mager.
Ik ben trots op wat cosmetische dermatologie en cosmetische geneeskunde mogelijk hebben gemaakt. We kunnen mensen helpen op manieren die vroeger niet bestonden. We kunnen huid verbeteren, littekens verzachten, volumeverlies herstellen, gezichten minder vermoeid laten lijken. Dat is waardevol.
Maar juist omdat het waardevol is, moeten we het serieus blijven nemen.
Het gaat niet om alleen om mooi behandelen
Als schoonheid geneeskunde wordt, hoort daar een andere verantwoordelijkheid bij. Dan gaat het niet alleen om mooi behandelen, maar om goed behandelen. Om weten wat je doet, weten wat je nog niet weet, en eerlijk genoeg zijn om daar steeds opnieuw naar te kijken.
Voor mij is dat de volwassenheid van dit vak.” Peter Velthuis
Voor BeautyJournaal Voices ben ik, als publisher van BeautyJournaal, voortdurend op zoek naar onafhankelijke denkers en opinion leaders die de beautywereld vanuit hun eigen expertise (van chemie tot prakijk) durven bevragen, verdiepen en vernieuwen. Niet met een verkooppraatje, maar met ideeën die ertoe doen. Interesse? Stuur me een bericht.
