Een A op je crème. Maar wat zegt die eco-score eigenlijk? We leggen helder uit wat er wordt gemeten — en wat niet.

08:12 - 04:55
luistertijd 08:12 - leestijd 04:55

Fast read:

ecobeautyscore

Van de organic trend naar een overkoepelende duurzame productie

De wereld verandert. We kopen bewuster. We gooien minder weg. We kijken anders naar wat we gebruiken. Het is beter voor de planeet. In de beautywereld groeit het besef ook: van grondstof tot verwerking tot verpakking. Het moet allemaal duurzamer. Zo is het B-corps certificaat populair aan het worden. Bedrijven willen aantonen dat ze verantwoordelijkheid nemen. Maar ook vanuit wetgeving komt er steeds meer druk om uitstoot en grondstofgebruik te rapporteren. Ook dit moet leiden tot duurzamer ondernemen.

EcoBeautyScore: grote namen doen al mee

Nieuw is de EcoBeautyScore. Een initiatief waaraan inmiddels zeventig, voornamelijk grote, beautyproducenten deelnemen. Denk aan Beiersdorf, Coty, Henkel, Noots, Kneipp, L’Oreal, maar ook Chanel, Nuxe, Walgreens. Met behulp van letters A tot E, te zien in de webshops van de merken, wil men aantonen hoe het met de milieuimpact gesteld is. Het Duitse bedrijf Beiersdorf, producent van o.a. Nivea en Eucerin vertelde me er onlangs over.

Het is een complex rekensommetje

Het klinkt eenvoudig, een letter uit het alfabet op het doosje van je product, maar er schuilt een complex verhaal achter. Met de EcoBeautyScore maakt men zichtbaar wat er allemaal vooraf ging aan productie en logistiek voordat het product in die pot of tube terecht kwam. Van de winning van grondstoffen tot de verwerking en de verpakking. Het transport, maar ook wat er met de pot of fles gebeurt als je hem weggooit. Hoe lager de letter score, een A dus, hoe duurzamer je product gemaakt is.

ecobeautyscore beautyjournaal

Zo maak je milieu impact zichtbaar

Wetenschappers spreken van een levenscyclus-analyse. Het is een manier om niet naar één onderdeel te kijken, maar naar het geheel. De EcoBeautyScore gebruikt daarvoor een methode die gebaseerd is op het Europese Product Environmental Footprint-kader, een standaard die juist is ontwikkeld om milieu-impact meetbaar te maken.

Sommigen merken hebben het al voor elkaar

Zoals ik al schreef werken er nu meer dan zeventig bedrijven met dit systeem, en het moet uitgroeien tot een serieuze standaard. Beiersdorf vertelt me dat inmiddels 99% van hun NIVEA-gezichtsproducten en 100 procent van hun Eucerin-gezichtsproducten een A- of B-score hebben. Dat betekent dat ze binnen hun categorie tot de producten met de relatief laagste milieu-impact behoren.

Het gaat dus niet om de ingrediënten zelf, he

Het is belangrijk om je te realiseren dat er niet naar de individuele stoffen van een product wordt gekeken: de inhoud van je crème, de werkzame stoffen zeg maar. Mij lijkt het bijvoorbeeld heel nuttig als er ook naar bijvoorbeeld PFAS gekeken wordt. De ‘forever chemicals’ waar nu zoveel over te doen is omdat ze schadelijk zijn voor mens en milieu. In Frankrijk is inmiddels wetgeving aangenomen om het gebruik van PFAS in onder meer cosmetica te beperken, met invoering vanaf 2026. Dat laat zien hoe serieus het onderwerp wordt genomen.

Plastic wel, maar geen microplastic

De EcoBeautyScore meet de milieu-impact, en geen ingrediëntenlijst – PFAS valt er niet onder. Plastic wordt daarentegen wel meegenomen. Geen microplastics, maar plastics uit verpakkingen. De reden is omdat de productie ervan samenhangt met het gebruik fossiele grondstoffen en energieverbruik. Wordt plastic op grote schaal gebruikt hiervoor, PFAS deeltjes maken maar een klein onderdeel uit van de formuleringen (als dat al zo is), zo luidt de uitleg die ik krijg.

Zo wordt het gecontroleerd

Wat de EcoBeautyScore extra interessant maakt, is dat dit initiatief niet van een overheid komt, maar van de industrie zelf. Het bedrijfsleven ontwikkelt het samen. De methodologie is extern beoordeeld door E&H, onderdeel van de Ecocert-groep, om te toetsen of deze voldoet aan Europese en internationale normen, waaronder ISO-richtlijnen. Daarnaast worden de scores gecontroleerd via onafhankelijke audits. De naam Ecocert ken je waarschijnlijk wel van het keurmerk voor organic skincare. Het is een invloedrijke beweging waar veel kennis zit.

ecobeautyscore beautyjournaal

De industrie loopt voor op de nieuwe wetgeving

Tegelijkertijd werkt de Europese Unie aan strengere regels voor duurzaamheidsclaims. Die zijn gebaseerd op dezelfde wetenschappelijke PEF-methode waarop ook de EcoBeautyScore leunt.

Met andere woorden: de industrie loopt vooruit op wetgeving en dat is slim. Het zorgt ervoor dat bedrijven niet straks overvallen worden door nieuwe regels. Maar het betekent ook dat de industrie zelf mede vormgeeft aan hoe “duurzaam” straks wordt gemeten. Wie het model bouwt, bepaalt in zekere zin ook wat zichtbaar wordt — en wat niet. Daarmee wordt ook duidelijk dat duurzaamheid niet meer alleen een etisch onderwerp is, maar een kwestie van standaardiseren en van invloed op die standaard hebben. Zo werkt het nou eenmaal als mensen afspraken met elkaar maken over grote onderwerpen met verstrekkende gevolgen.

Deelname is vrijwillig, maar je moet wel heel veel data hebben

Deelname aan het systeem is trouwens vrijwillig. Bedrijven moeten hiervoor wel investeren in data en analyse om hun producten te laten berekenen. Grote bedrijven hebben vaak al uitgebreide gegevens over hun productie en leveranciers. Kleinere merken werken vaker met externe producenten, waardoor het verzamelen van al die informatie ingewikkelder kan zijn. edrijven niet alleen hun beste producten tonen. Ze moeten minimaal 75 procent van hun producten binnen een categorie laten beoordelen.

Niet verwarren met je ingrediënten apps

Ga de EcoBeautyScore niet verwarren met de antwoorden die je in talloze apps krijgt over de werking en veiligheid van werkzame stoffen in producten. Dat is detailinformatie over de formulering. Deze Score gaat over systeemveiligheid van de hele winning- en productieketen met het oog op gezondheid van de planeet.

Ik snap het, maar ben nog niet zo ver

Ik vind het een indrukwekkend initiatief, maar ik vermoed dat dit nog wel wat omslag in denken gaat kosten, niet als journalist, maar als consument. Als journalist zie ik hoe de industrie verandert, hoe systemen worden gebouwd om impact zichtbaar te maken.

Maar mijn reflex als consument zit nog ergens anders. Als ik een nieuw product in handen heb, kijk ik nog altijd eerst naar de formule. Wat doet het voor mijn huid? Welke werkzame stoffen zitten erin? Hoe ondersteunt het mijn huidbarrière? Hoe reageert een gevoelige huid erop?

Wanneer wordt duurzaamheid onderdeel van je instinct?

Dat is waar mijn aandacht vanzelf naartoe gaat. Niet naar een letter die iets zegt over de wereld buiten mijn huid. Als ik een B Corp-logo zie, denk ik rationeel: mooi. Sympathiek. Maar mijn emotionele systeem reageert er nog niet op. Het stuurt mijn keuze nog niet. Het is mijn eerlijkste constatering op dit moment. Want als zelfs mijn aandacht — na dertig jaar in deze industrie — nog niet automatisch verschuift, dan laat dat zien hoe nieuw dit denken eigenlijk is. Het heeft tijd nodig om onderdeel van je instinct te worden – bij de keuzes die je maakt.

PS: Beauty vraagt vandaag om visie, niet alleen om productkennis. Vanuit mijn 30+ jaar ervaring en BeautyJournaal help ik teams trends, ingrediënten, regelgeving en consumentengedrag strategisch te duiden. Trainingen op maat via info@beautyjournaal.nl

Lees ook